Toerisme is na petroleum de
belangrijkste economische sector in de landen in het Zuiden. Wereldwijd neemt
het toerisme nu bijna 10 % van de economische activiteit voor zijn rekening.
Het is een heuse wereldindustrie geworden, die sterk in opmars is maar helaas
ook veel negatieve gevolgen heeft. Als reactie hierop ontstaan overal
toeristische ontwikkelings-initiatieven die de lokale bevolking willen helpen.
Ondanks de schadelijke invloed op het milieu nemen toeristische reizen letterlijk en figuurlijk een hoge vlucht. Kort na WO II waren toeristische verplaatsingen buiten de landsgrenzen nog goed voor een omzet van 10 tot 20 miljoen. In 1975 steeg die al tot ongeveer 200 miljoen en in 2011 naar maar liefst 980 miljoen! De Wereldorganisatie voor Toerisme verwacht in 2020 1,6 miljard toeristen. De omzet van de sector zou dan pieken op 2.000 miljard dollar.
Dit opent nieuwe
ontwikkelingsperspectieven voor arme en structureel benadeelde regio's. Wordt toerisme het nieuwe wondermiddel om
ontwikkelingslanden uit de armoede te halen? Toerisme kan inderdaad een
sterke economische motor vormen: het brengt geld binnen, creëert
werkgelegenheid, verbetert de handelsbalans, stimuleert investeringen,
ondersteunt de lokale dienstverlening, boost de natuurlijke en culturele
rijkdommen, enz. De Wereldbank schat echter dat
55 % van de toeristische uitgaven in ontwikkelingslanden ten goede komen van landen uit het Noorden via internationale luchtvaartmaatschappijen, hotelketens, reisagentschappen of geïmporteerde consumptiegoederen.
55 % van de toeristische uitgaven in ontwikkelingslanden ten goede komen van landen uit het Noorden via internationale luchtvaartmaatschappijen, hotelketens, reisagentschappen of geïmporteerde consumptiegoederen.
Op die manier wordt
de positieve invloed van het toerisme vaak tenietgedaan. Het lokaal personeel
in hotels, restaurants, animatie of transport bijvoorbeeld, verdient
belachelijk lage lonen.
Ook op sociaal vlak
zijn er vaak negatieve gevolgen, zoals prostitutienetwerken of kinderarbeid. Volgens
het Internationaal Arbeidsbureau werken ongeveer 20 miljoen kinderen onder de
18 in de toeristische sector.
Het toerisme is
bovendien een enorme slokop van drinkbaar water: een gemiddeld golfterrein in
Thailand verbruikt jaarlijks evenveel water als 60.000 lokale bewoners, in het
Marokkaanse Agadir worden de hotelgazons dag en nacht besproeid terwijl de
bevolking van de buitenwijken geen toegang heeft tot drinkwater …
Druk op kwetsbare
ecosystemen, vooral langs de kust, is schadelijk voor het milieu en verstoort
de wilde fauna en flora.
En hoe staat het met
de cultuur die vaak gereduceerd wordt tot gecommercialiseerde en kunstmatige
folklore? Op Bali in Indonesië begroeten gidsen toeristen met bloemenkransen,
een louter Polynesische traditie.
Het alternatief van eerlijk en solidair toerisme
Met deze overwegingen in het achterhoofd gaan heel wat mensen en organisaties op zoek naar een vorm van toerisme die wel kan instaan voor de lokale ontwikkeling. Marie-Paule Eskénazi, directrice van vzw Tourisme autrement (zie kader), vindt in dit opzicht twee begrippen essentieel: "Enerzijds het respect, zowel voor de mensen, hun tradities, symbolen als voor de omgeving. Anderzijds de tijd: de duur van de reis. Het neemt immers wat tijd in beslag om de Andere te leren kennen en begrijpen. De toeristische ervaring houdt onvoldoende rekening met de factor "tijd". Het is een echte race geworden. Veel mensen trachten zo veel mogelijk te zien in zo weinig mogelijk tijd om thuis te kunnen pochen: "Ik heb Peru gedaan" of "Ik heb Congo gedaan". Dat is misschien wel fijn voor hen, maar zij hebben niets begrepen van die Andere, ze hebben daar gewoon geen tijd voor gemaakt. Terwijl men beter wat tijd zou nemen voor elkaar, om samen te zitten en te luisteren naar wat de andere te vertellen heeft".
Wederzijds respect en
het verlangen om de bezochte bevolking beter te leren kennen ligt aan de basis
van programma's voor eerlijk en solidair toerisme die bovendien nieuwe kansen
bieden voor internationale solidariteit. De lokale gemeenschap draagt in dit
soort toerisme op een significante manier bij aan het organiseren en beheren
van toeristische activiteiten. Ze kan deze aanpassen, heroriënteren of zelfs stopzetten.
Liliana Chiocci, voorzitster van Altervoyages, stelt het zo: "Dit
gaat om iets totaal anders dan het openen van een lodge of een hostel in een
gemeenschap en wat jobs creëren. In dit model is het de gemeenschap zelf die
beslist over de prijs van de dienstverlening, over het aantal toeristen of
reizigers die ze wil ontvangen en voor hoe lang. Een deel van de opbrengst
komt de hele gemeenschap ten goede en in sommige gevallen dient een deel van de
prijs van de reis voor het behoud van het Amazonewoud of voor een project dat
de gemeenschap aanbelangt.
Lokale cultuur opsnuiven
Door de toeristische
activiteiten in handen te nemen versterkt de lokale gemeenschap haar culturele
identiteit, herwaardeert ze de eigen keuken of het historisch patrimonium, wars
van elk vorm van folklorisering. "Door
de ontwikkeling van dit toerisme worden banen gecreëerd en - niet onbelangrijk
- blijven de jongeren in de dorpen wonen, " voegt Liliana Chiocci toe.
In het "faire" wereldje werd al snel de link gelegd tussen toerisme en artisanaat. Dit biedt mooie gelegenheden tot klantencontacten met kleine lokale producenten.
In Peru heeft Minka[1]
een toeristische onderneming uit de grond gestampt die reizigers de kans biedt
om met eigen ogen de resultaten van eerlijke handel te komen bekijken. Deze
organisatie heeft in het
hele land een netwerk van ambachtslui bij elkaar gebracht die worden aangemoedigd om hun
artisanale Andestradities voort te zetten, de traditionele
structuren van hun Amerikaans-Indiaanse cultuur te behouden waardoor de
plattelandsvlucht kan worden afgeremd.[2] De komst van het toerisme
heeft de gemeenschappen drie types inkomsten opgeleverd: betaling voor diensten
(maaltijden, logement, transport, gidsbeurten, enz.), de verkoop van artisanaat
en giften van de groepen toeristen.
Onder de noemer
"eerlijk en solidair toerisme" vinden we zo de voorwaarden terug voor
ontmoetingen waarbij de toerist de lokale bevolking niet uitbuit maar wel
middelen aanreikt om een menswaardig leven te leiden. We stappen over van een
"burger op wereldreis" naar een "wereldburger op reis" of,
zoals Marie-Paule Eskénazi het uitdrukt, van de "ontwikkeling van
toerisme" naar "ontwikkelingstoerisme".
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
In Franstalig België
zetten twee organisaties zich in voor deze “andere vorm” van toerisme.
De vzw Tourisme autrement ontstond in
oktober 2005 uit een denkoefening van de stichters over de toeristische boom en
de schade die deze toebrengt aan het klimaat, het milieu, de sociale en
economische verhoudingen in het gastland. Tegelijkertijd stelden ze vast dat
reizen belangrijke geldstromen op gang brengt die dan helaas weer voornamelijk
naar de toeristische multinationals vloeien. De vzw steunt positieve
initiatieven en organiseerde van 2006 tot 2011 het salon voor duurzaam
toerisme. Sinds mei 2010 biedt Tourisme autrement een nieuwe participatieve
vorm van toerisme aan: de Greeters in België, een bron van multiculturele en
verrijkende uitwisselingen voor bezoekers en bewoners. Greeters.be zijn
enthousiaste inwoners van Belgische steden die toeristen ontvangen om met hen
"hun" stad te delen buiten de platgetreden paden. Zij nemen de tijd voor
een echte, kosteloze ontmoeting.
www.tourisme-autrement.be
In de botanische tuin
van Luik brengt het platform Altervoyages
verenigingen samen waaronder Eco-Bénin, Emotion Planet, Identité Amérique
Indienne, Tamadia, MATM, Café Chorti, enz. Het aanbod bestaat uit interculturele
uitwisselingsreizen met hun partners in het Zuiden. Altervoyages promoot de
reizen die zijn leden organiseren en wil de mensen daarnaast ook bewustmaken
van het belang van verantwoord reizen ... met een open en kritische geest.
www.altervoyages.org





























